Halfjaarcijfers 2026: meer gasten, maar kortere verblijven in Overijssel
- 4 minuten leestijd
- 12 augustus
Hoe ontwikkelt de verblijfsmarkt zich na de btw-verhoging? De prognoses van dit voorjaar gaven reden tot zorg, vooral door de verwachte terugval van de Duitse vraag. De halfjaarcijfers van het CBS laten een genuanceerder beeld zien. Overijssel ontving 2,4 procent meer gasten dan vorig jaar, terwijl het aantal overnachtingen met 1 procent daalde. Bezoekers kwamen dus wel, maar bleven gemiddeld korter. Vooral bij hotels is dat verschil groot. Kampeerterreinen laten juist groei zien in zowel gasten als overnachtingen.
Meer gasten, minder overnachtingen
In de eerste helft van 2026 verbleven ongeveer 1,28 miljoen gasten in Overijssel, tegenover 1,25 miljoen in dezelfde periode vorig jaar. Tegelijkertijd daalde het aantal overnachtingen van 3,56 miljoen naar 3,53 miljoen. De gemiddelde verblijfsduur nam daardoor af van 2,85 naar 2,76 nachten.
Overijssel trok in het eerste halfjaar meer gasten, maar zij bleven gemiddeld korter.
Grote verschillen tussen logiesvormen
Achter het provinciale gemiddelde gaan grote verschillen schuil. Vooral hotels vallen op: zij ontvangen 5 procent meer gasten, maar boeken 9 procent minder overnachtingen. De gemiddelde verblijfsduur daalt van 1,76 naar 1,53 nacht.
Kampeerterreinen groeien juist in zowel gasten (+14 procent) als overnachtingen (+15 procent). Bij huisjesterreinen komen minder gasten (-4 procent), maar blijven degenen die wel komen iets langer. Groepsaccommodaties staan het sterkst onder druk: daar nemen zowel het aantal gasten (-12 procent) als het aantal overnachtingen (-24 procent) fors af.
Er is dus niet één ontwikkeling die voor de hele verblijfsmarkt geldt. Bij hotels zit de daling van de overnachtingen vooral in een korter verblijf, bij huisjesterreinen in minder gasten. Kampeerterreinen groeien juist in beide opzichten.
Duitse gast blijft komen, maar verblijft korter
De Duitse markt was in eerdere prognoses een belangrijk aandachtspunt. Als we alleen naar overnachtingen kijken, lijkt die zorg terug te komen: het aantal Duitse overnachtingen in Overijssel ligt ongeveer 3 procent lager dan vorig jaar. Maar het aantal Duitse gasten is vrijwel gelijk gebleven. Hun gemiddelde verblijfsduur daalde van 3,40 naar 3,29 nachten.
Bij hotels is dat verschil nog duidelijker. Het aantal Duitse hotelgasten nam met 3 procent toe, terwijl hun gemiddelde verblijf afnam van 1,86 naar 1,68 nacht. De daling van Duitse hotelovernachtingen komt in het eerste halfjaar dus niet door minder Duitse hotelgasten, maar door een korter verblijf.
Het aantal Duitse hotelgasten daalt niet. Zij komen nog steeds, maar blijven gemiddeld korter.
De prognoses voor de zomer wezen op een sterkere terugval van de Duitse verhuurvraag. Of die daadwerkelijk optreedt, moet blijken uit de realisatiecijfers over juli en augustus.
Past dit bij de btw-verhoging?
Sinds 1 januari 2026 geldt voor veel vormen van logies het btw-tarief van 21 procent in plaats van 9 procent. Kamperen met een eigen tent, caravan of camper bleef onder het lage tarief vallen.
Het verschil tussen logiesvormen is daarom opvallend. Bij hotels komen meer gasten, maar neemt de gemiddelde verblijfsduur sterk af. Dat zien we zowel bij Nederlandse als Duitse hotelgasten. Bij kampeerterreinen groeien gasten en overnachtingen juist vrijwel gelijk op en blijft de verblijfsduur stabiel. Dat patroon past bij de verwachting dat hogere verblijfskosten invloed kunnen hebben op het verblijfsgedrag.
Tegelijkertijd is het beeld niet eenduidig. Bij huisjesterreinen zien we geen korter verblijf: daar komen minder gasten, terwijl degenen die wel komen juist iets langer blijven. Bij groepsaccommodaties nemen zowel het aantal gasten als de verblijfsduur af.
Ook tussen regio's zijn er verschillen. Landelijk daalt het aantal overnachtingen in het eerste halfjaar met 1,5 procent, terwijl Gelderland juist groei laat zien, ook bij hotels en huisjesterreinen. De ontwikkeling na de btw-verhoging is dus niet overal hetzelfde.
De halfjaarcijfers bevatten daarmee signalen die passen bij een effect van hogere verblijfskosten, maar laten tegelijkertijd zien dat de ontwikkeling niet met één verklaring te vangen is.
Van provinciecijfer naar eigen praktijk
Deze halfjaarcijfers geven ondernemers vooral een referentie om de eigen ontwikkeling naast te leggen. Daarbij is het belangrijk om niet alleen naar het totaalbeeld voor Overijssel te kijken: per logiesvorm zien we verschillende bewegingen. Voor hotels valt vooral het kortere verblijf op, bij huisjesterreinen de lagere instroom en bij kampeerterreinen juist de groei in zowel gasten als overnachtingen. Wat dat voor een individuele onderneming betekent, hangt af van het eigen bedrijf, de doelgroep en het boekingspatroon. Er is dus geen generiek advies uit deze cijfers te halen, maar ze helpen wel om scherper te bepalen waar een onderneming zelf staat ten opzichte van de markt.
Dit artikel keek terug op de eerste helft van 2026. Binnenkort kijken we met nieuwe prognoses van LeisurePeaks vooruit naar het resterende seizoen. Samen met de CBS-realisatiecijfers over juli en augustus ontstaat daarna een completer beeld van hoe de Overijsselse verblijfsmarkt zich in het eerste jaar na de btw-verhoging ontwikkelt.





