In een eerder bericht op dit Kennisplatform werd de noodzaak van een kritische blik bij het interpreteren van cijfers benadrukt. Het CBS publiceerde op 07-08-2019 een bericht dat al snel dit bericht in de media kwam. De meest recente cijfers van het CBS wijzen uit dat de prijzen hiervan de afgelopen 5 jaar enorm gestegen zijn. Ook hier is het essentieel de context in acht te nemen.

Toegangsprijzen 10% meer gestegen dan gemiddelde consumentenprijzen

De toegangsprijzen voor musea en dierentuinen zijn sinds 2015 het meest gestegen, namelijk 17%. De prijs van een bezoek aan recreatie- of sportevenementen en attractieparken is de afgelopen 5 jaar gemiddeld 14% gestegen. Een bezoek aan het theater, een concert, een muziekfestival of de bioscoop is in de afgelopen 5 jaar 10% duurder geworden. Nu wordt er vaak geopperd dat alles duurder is geworden en dat het daarom wel meevalt. Echter blijkt dat de consumentenprijzen in dezelfde periode gemiddeld met ongeveer 7% zijn gestegen.

De toegangsprijs is niet het enige aan een dagje uit dat gestegen is qua prijs. Ook de prijs van eten buiten de deur is met bijna 12% gestegen in de afgelopen 5 jaar. De prijs van fastfood is met maar liefst 15% gestegen in de afgelopen 5 jaar. En het houdt daar niet op, de parkeertarieven zijn met 16% gestegen en het vervoer met de trein, tram of bus is met 11% gestegen in de afgelopen 5 jaar. Alleen de prijs voor benzine en diesel is gedaald met 5%.

Aantal bezoeken groeit mee

Er kan dus geconcludeerd worden dat een dagje uit op veel facetten duurder is geworden. Hoewel de prijzen zijn gestegen, is ook het aantal bezoeken aan musea, theatervoorstellingen, concerten, attractieparken en festivals gestegen. Het bioscoopbezoek is vorig jaar voor het eerst in 10 jaar geslonken met 0,3% (CBS, 2019). Hoe kan deze groei, ondanks de hogere prijzen verklaard worden?

Een op de drie tickets wordt gekocht via actie

De groei in dagjes uit kan niet verklaard worden door een groei van de koopkracht. Een mogelijke verklaring wordt gegeven door directeur Kees Klesman van de Club van Elf, een samenwerkingsverband van 23 grote dagattracties. Hij geeft aan dat hij zijn vraagtekens zet bij de cijfers van het CBS:

‘’De cijfers die zij hanteren zijn de standaard toegangsprijzen aan de kassa terwijl veel mensen tegenwoordig hun toegangskaarten kopen bij veilingsites, met actiepunten of online’’ (AD, 2019) .

Hij geeft aan dat daardoor de werkelijke prijs veel lager komt te liggen. Wat volgens Klesman de exacte prijs is, blijft onduidelijk. Maar deze ligt lager dan aangegeven in het bericht van het CBS. Briqbooking, 2019 bevestigt dat de consument vaker  kaarten via kortingssites of via actiepunten koopt tegen een lagere prijs. Tegenwoordig wordt één op de drie ticket tickets verkocht via een supermarkt-of drogisterij-actie (ABN AMRO, 2019). Dit levert een gemiddeld huishouden deze zomer 37,7% korting op (Pretwerk, 2019) met als gevolg dat dagattracties steeds afhankelijker worden van de supermarkten en drogisten als afzetkanaal. Ze staan een substantieel bedrag af, zoveel zelfs dat ABN AMRO oppert dat de prijsverhogingen van de normale kaartjes noodzakelijk zijn om de kortingsacties bij supermarkten en drogisterijen te subsidiëren.  Deze kortingskaarten zorgen ervoor dat het traditionele dagticket aan de kassa zijn beste tijd gehad heeft (ABN AMRO, 2019). In het huidige ticketsegment zijn er maar drie soorten tickets beschikbaar. Een dagticket aan de kassa, een abonnement voor onbeperkte toegang voor een bepaalde periode en een ticket dat gekocht wordt met een spaaractie.

Toename concurrentie leidt tot noodzaak onderscheiden

Het aantal attractieparken in Nederland is in de periode van 2010-2019 met 58% toegenomen. Deze toegenomen concurrentie zorgt ervoor dat parken moeten investeren en zich onderscheiden om genoeg bezoekers te krijgen. Veel attractieparken, dierentuinen en musea stichtingen zijn. Stichtingen herinvesteren hun winsten in het verbeteren van de bezoekerservaring en in hun eigen toekomstbestendigheid. Investeringen bestaan uit het toevoegen van slaapplaatsen, het vernieuwen van de attractie en het zorgen voor een betere ervaring. Deze investeringen worden doorberekend in de entreeprijs (ABN AMRO, 2019).

Gekorte subsidies en verhoogde btw-tarieven verhogen prijzen

Daarnaast is het korten op subsidies voor dagattracties een mogelijke verklaring voor de stijgende prijzen. Hierdoor hebben de dagattracties extra kosten die doorberekend worden in de entreeprijs (AD, 2019). Een laatste reden van de kostenstijging van de entreekaartjes is de verhoging van het btw tarief van 6% naar 9% voor de tickets en van 6% naar 21% voor de parkeertickets (ABN AMRO, 2019).

Kortom, het CBS had gelijk met het punt dat de toegangsprijzen en kostprijzen van eten en drinken stijgen. ABN AMRO voorziet dat in de toekomst gebruik gemaakt gaat worden van ‘dynamic pricing’ (variabele prijzen op basis van bijvoorbeeld drukte) en pay-per-use (betalen per doorgebrachte tijdseenheid of gebruikte faciliteiten). Consumenten ervaren het als eerlijker en exploitanten maken meer winst. In een volgend artikel wordt betalen per minuut behandeld.

Guido Wapstra

Author Guido Wapstra

More posts by Guido Wapstra